De zeer korte tijdspanne tussen oogst en verwerking

Verse conserven

Wie eet er nooit eens uit blik of een potje? Doe het met een gerust hart, want conserven zijn een volwaardig alternatief voor zelf gekookte groenten, en nog lekker makkelijk ook, stelt Baltussen Konservenfabriek. Naast de gangbare conserven heeft het bedrijf met Bio+ een groeimerk in handen. Vrucht van tijdig innoveren. Gevoed door de overtuiging van rentmeesterschap.

Tekst: Kees Hagendijk

Hoe houdt een bedrijf anno 1868 het zo lang vol? “Door de goede dingen te doen, de juiste keuzes te maken”, zegt directeur-eigenaar Ruben Bringsken van Baltussen Konservenfabriek B.V. in Driel. Welke goede keuze bijvoorbeeld? “Twintig jaar geleden zijn we gaan investeren in biologische conserven. Dat bestond toen nog niet binnen de retail. We zijn dus op eigen risico begonnen. In samenwerking met telers, in een echte ketensamenwerking, is het aandeel jaar na jaar gegroeid. Nu is bio een belangrijke pijler van het bedrijf.” De productieverhouding tot gangbaar is wisselend 30 à 40%.

Bij de productie van gangbaar en bio komt trouwens wel speciale logistiek kijken. Voor een productielijn van bio-conserven moet de fabriek helemaal ‘schoon’ zijn, legt Bringsken uit. Opdat vermenging met gangbaar wordt uitgesloten. Na een lijn bio kan wel meteen op gangbaar worden overgeschakeld, andersom niet.

In 1998 nam Bringsken het bijna 150 jarige bedrijf over. Op dit moment telt de productielijst ruim 450 conservenartikelen. Allemaal ‘achter glas’. Conserven uit glas zijn net iets beter van smaak dan uit blik, is zijn persoonlijke mening. Maar het is ook een bedrijfsmatige keuze om alleen voor glas te kiezen. Blik vereist andere machines. Al zijn er ook bedrijven die beide doen.

450 artikelen is een boel, maar het aantal producten is goed te overzien: appelmoes en rode kool natuurlijk, de onmisbare augurken en zilveruitjes, de klassiekers wortelen, doperwten, sperziebonen, rode bieten, tuinbonen, bruine bonen en witte bonen, en relatieve nieuwelingen als mais, kidneybonen en kikkererwten. Behalve appelmoes zijn fruitproducten, ondanks de Betuwe, uit het assortiment verdwenen. “Fruit dat geschikt is voor conserven komt bijna niet meer uit Nederland. En dan houdt het op, want de verwerking ervan moet dichtbij de oogst gebeuren.” Voor bio-appelmoes moeten hoogstamappels uit Duitsland en Oostenrijk worden gehaald.

Een doperwt met een stipje wil altijd voor het raam zitten

De veelheid artikelen schuilt vooral in de labels die op de glazen potten gaan. Baltussen produceert veel voor private labels, zoals huismerken van supermarktbedrijven. Daartussen bestaan soms verschillen in ingrediënten of garing. Overigens zijn labels nog wel wat anders dan merken. “Een label doe je om een product om het aan te duiden, voor een merk moet je emotionele waarde creëren door campagne te voeren.”

Met Betuws Roem en (voor de Duitse markt) Baltu voert het bedrijf ook eigen merken, maar in geringe volumen. Echt fors zijn de glasconserven onder het merk Bio+. De productie staat onder licentie van Stichting BIO+. Waarvan Bringsken zelf een van de bestuursleden is.

Van de vijf Nederlandse conservenfabrieken is er naast Baltussen nog een andere producent van bio-conserven. België telt er één, Frankrijk drie. Vanuit Duitsland en Polen begint zich concurrentie aan te dienen. Maar in bio-conserven zit nog heel veel groei. De export naar Duitsland, Scandinavië en de Zuid-Europese landen neemt toe. Beperkende factor momenteel is vooral het aanbod van biologische grondstoffen. Er zijn nog steeds veel telers die omschakelen, maar toereikend is het niet. Ineens een heel groot aanbod, is ook niet goed. “Het gaat om grip op de grondstoffen. Je moet als verwerkend bedrijf een regisseur zijn tussen telers en retailers.” Uiteraard hebben juist conservenfabrieken meer speelruimte. “Bij een overvloedige oogst kunnen we boven begroting inmaken om een heel seizoen te overbruggen.” Vervolgens moeten de telers wel hun teeltplan aanpassen.

Voedsel uit blik of glas legt het in de beeldvorming af tegen ‘vers’. Maar op feiten is dat niet gebaseerd, aldus Bringsken. “Het gaat er mij niet om die dingen tegen elkaar af te zetten, maar groente die je in de winkel koopt en thuis kookt, is niet verser dan conservengroente.” Sterker nog: al binnen een uur of zes dat een groente van het land komt, zit die – gepasteuriseerd of gesteriliseerd – vacuüm in een potje. ‘Verse’ groente is meestal veel langer onderweg. Nu het gebruik van zout en suiker als smaakmakers sterk is teruggedrongen, zijn veel conserven inderdaad heel gezond. “Het is een volwaardig alternatief: groente in wat kookvocht, met alle vitaminen er in.”

Bij het advies van 250 gram groente per dag, via radiospotjes, heeft de conservenbranche zich dan ook aangesloten. “Via de Vigef (Vereniging van groente- en fruitverwerkende industrie, red.) hebben we bij huisartsen, diëtisten en het Voedingscentrum succesvol gepleit voor glasconserven als volwaardig groenteproduct.”

“Bio moet op zijn minst even goed zijn als gangbaar”, is de harde kwaliteitseis van Baltussen. Dat betreft ook de zichtkwaliteit. Glas houdt weinig geheim. “In onze branche zeggen we: ‘Een doperwt met een stipje wil altijd voor het raam zitten.’” Ook betaalbaarheid (competitief in prijs), beschikbaarheid (geen gaten op de schappen) en een breed assortiment zijn belangrijke voorwaarden om als bio-merk te slagen. Om aan deze eisen te kunnen voldoen, komt de ketensamenwerking met telers en retailers weer nadrukkelijk in beeld. Met telers die omschakelen is Baltussen bereid, afhankelijk van het product, om in het risico te delen. Door afnamezekerheid voor een lange termijn te bieden en ook af te nemen tijdens het omschakelproces. “Dat kost wat geld, het is een investering.”

Blijven innoveren is noodzaak om aan 150 jaar Baltussen Konservenfabriek nog heel veel jaren toe te voegen. Momenteel loopt een experiment met de teelt van biologische kikkererwten en linzen in Nederland. Normaal producten uit Italië en Turkije. Als de opwarming van de aarde doorzet, heeft dit experiment een kans van slagen. In het kader van het internationale Jaar van de Peulvrucht introduceert het bedrijf een biologisch bonenmix en bonensalade, achter glas uiteraard.

Behalve bruine bonen, uit Zeeland, moet Baltussen nog bijna alle peulvruchten importeren. Anders ligt dat voor groene groenten, die hoofdzakelijk van eigen bodem komen. Vanwege de vereiste korte tijdspanne tussen oogst en conservering moet dat ook wel. Voor gedroogde peulvruchten is een (onbeperkt) grote actieradius mogelijk. Al is mede met oog op duurzaamheid verminderen van transportafstanden altijd wenselijk.

“(H)et rentmeesterschap voor mensen, natuur en dieren is voor ons een belangrijk gegeven”,vermeldt de website (www.baltussen.nl). Het is Bringskens drijfveer om zich voor biologische teelt in te zetten, bevestigt hij. “We moeten in onze tijd op aarde op een goede manier omgaan met wat ons is toevertrouwd. Niet alleen exploreren. Niets is van onszelf, alles is in bruikleen gegeven. Daar zit zeker mijn persoonlijke, christelijke achtergrond in.”


Vijftig jaar geleden kende Nederland nog zo´n honderd conservenfabrieken. Nu zijn er nog vijf. Tal van familiebedrijfjes fuseerden, werden opgekocht of hielden er mee op. Ook Baltussen is van oorsprong een familiebedrijf. De oer-Baltussen begon 150 jaar geleden met appelstroop, later kwamen daar fruitconserven en jams bij. De rijkdom van de Betuwe lag immers om de hoek. In september 1944 werd Driel frontgebied waarbij het dorp zwaar beschadigd raakte. Ook de fabriek van Baltussen lag in puin. Na de oorlog is een nieuwe fabriek gebouwd en werden ook groenten aan de productie toegevoegd.

Dit artikel is gepubliceerd in magazine Ekoland no. 5/2016

Afdrukken E-mail

We use cookies

Wij gebruiken cookies op onze web site. Sommigen zijn essentieel voor het correct functioneren van de site, terwijl anderen ons helpen om de site en gebruikerservaring te verbeteren (tracking cookies). U kan zelf kiezen of u deze cookies wil toestaan of niet. Let op dat als u onze cookies weigert mogelijk niet alle functies van de site beschikbaar zijn.