Het Louis Bolk Instituut gaat voor 'echt duurzaam'

Jan Willem Erisman: "Onze kracht is de systeembenadering"

Naar aanleiding van het veertigjarig bestaan van het Louis Bolk Instituut sprak Ekoland met directeur-bestuurder Jan Willem Erisman: “Eigenlijk hebben we allemaal hetzelfde doel: een veerkrachtig, veilig, kwalitatief, betaalbaar en volhoudbaar voedselsysteem. Alleen over de weg daar naartoe bestaan verschillende opvattingen.”

Het Louis Bolk Instituut is opgericht vanuit het antroposofisch gedachtegoed. Behoort dat nog steeds tot het DNA?
“Het is onze oorsprong en daar zijn we ook trots op, maar als instituut dragen we deze filosofie niet meer uit. Op basis van veertig jaar kennisopbouw en praktische ervaring adviseren we nu naast biologische en biologisch-dynamisch werkende ondernemers ook gangbare boeren op het gebied van verduurzaming. Vanuit de visie dat landbouw, voeding en gezondheid onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.”

Hoe zou u het profiel en de filosofie van het Louis Bolk Instituut van vandaag willen schetsen?
“Als een kennisinstituut dat praktische oplossingen wil leveren voor grote maatschappelijke problemen, zoals de oplopende kosten van gezondheid; een landbouw die niet meer kan functioneren binnen de ecologische grenzen; en de drastische gevolgen van klimaatverandering. Onze kracht hierbij is de systeembenadering. Louis Bolk was een anatoom aan de Universiteit van Amsterdam in de beginjaren van de vorige eeuw. Hij zei: in de wetenschap moet je het vergrootglas waarmee je op problemen inzoomt af en toe omdraaien, dan kijk je door een verkleinglas en zie je het hele systeem. Zo kun je grotere verbanden zien en dus tot andere oplossingen komen.”

Kunt u die systeemblik eens concreet maken?
“Twee voorbeelden. Het eerste is ons concept Positieve Gezondheid. Volgens de definitie van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) ben je gezond als je geen fysisch of psychisch gebrek hebt. Maar dan is bijna niemand echt gezond. Door breder te kijken en het perspectief iets te draaien kwamen wij tot een andere definitie: gezond ben je als je voldoende adaptief vermogen hebt om met een fysisch of psychisch gebrek om te gaan. Hiermee ga je meer richting preventie – gezonde voeding en een gezonde leefstijl – en zelfregie houden. Het concept positieve gezondheid wordt nu overal in het land gebruikt bij GGD’s en gemeenten.

“Een tweede voorbeeld betreft de landbouw. Vanuit de systeemblik bekeken is landbouw eigenlijk een ingreep in de natuur, die we beheersbaar willen maken. Dat heeft geleid tot een soort controlesysteem, waarbij de boer allerlei processen met chemische middelen en met technologie in de hand wil houden. Maar daarbij maakt hij weinig gebruik meer van die natuur. Neem een Nederlands grasland: als je dat ongemoeid laat, groeit het uiteindelijk uit tot een gemengd bos. Bouw je landbouwsysteem op op basis van die kracht! Probeer daarmee zover mogelijk te komen, voordat je überhaupt met externe middelen aan de slag gaat. Dat is eigenlijk het basisprincipe van biologische landbouw. Wij kijken dan nog breder: ook naar de samenhang tussen bodemprocessen, minerale kringlopen, biodiversiteit, ecosysteemdiensten, dierenwelzijn en landschapselementen. Dat allemaal bij elkaar geeft een heel ander concept van landbouw.”

Tot welke andere oplossingen leidt dat dan bijvoorbeeld?
“Bijvoorbeeld een project dat wij met de stichting Veldleeuwerik de afgelopen tien jaar hebben gedaan. Hierbij is op akkerbouwgronden van de deelnemende bedrijven het bodemleven en de bodemstructuur voortdurend verbeterd, totdat die echt top was. De ondernemers zijn in al die jaren steeds beter gaan boeren, met stabielere en over de lange termijn gerekend ook netto hogere opbrengsten, en ze zijn er financieel robuuster van geworden. Een viertal boeren heeft nu gezegd: eigenlijk ben ik biologisch, want ik gebruik geen middelen meer en haal toch dezelfde opbrengsten, dus ik ga omschakelen.”
“Ander voorbeeld, geënt op het concept biodiversiteit is het project Bloeiend bedrijf. Hierbij hebben 600 boeren 1200 kilometer akkerranden aangelegd waarbij wij hen hebben leren kijken naar: wat gebeurt er in de akkerranden en welke effecten heeft dat? Welke insecten helpen mij om plagen te bestrijden? Hierdoor is het gebruik van chemisch-synthetische middelen bij die 600 boeren met zeventig procent gereduceerd. Wij gaan voor concrete resultaten.”

Is er een verschil tussen ‘echt duurzame landbouw’ en ‘biologische landbouw’?
“Ja, er is weleens begripsverwarring maar het zijn nog verschillende dingen. Biologische landbouw is via de Europese richtlijnen green by definition. De regels zijn helder en makkelijk te controleren. Maar of biologische landbouw ook helemaal duurzaam is? Nee, er zijn zeker verbeterslagen te maken. Je kunt nog steeds te veel stikstof gebruiken, als het maar van biologische oorsprong is. Aan de andere kant zijn er bedrijven die niet biologisch gelabeld zijn maar wel een dermate goede bodemverzorging hebben dat ze heel duurzaam zijn. Alleen is er geen label voor. Wij spreken van echt duurzame landbouw in de zin van: genoeg, voor altijd en voor iedereen. Dus dat je als boer de bodem betaalbaar, veilig en kwalitatief voedsel kan laten leveren voor altijd. Op punt van echte duurzaamheid moet de biologische landbouw nog wel stappen zetten.”

Gaat het allemaal naar elkaar toegroeien? Komen Wageningen UR en het Louis Bolk Instituut al nader tot elkaar?
“Laat ik het zo zeggen: vanuit onze visie passen chemische middelen niet in een strategie van verduurzaming. Verder staan we op het standpunt dat GMO aantasting van de integriteit van het leven is. Aan de andere kant hebben we allemaal hetzelfde doel: een veerkrachtig, veilig, kwalitatief, betaalbaar en volhoudbaar voedselsysteem. Alleen over de weg daar naartoe bestaan verschillende opvattingen. Laten we dan via die verschillende wegen naar het gedeelde doel toewerken. Met respect voor elkaar en zodanig dat de een van de ander kan leren. Het Louis Bolk Instituut werkt met Wageningen UR samen binnen het klassieke, biologische veredelingsprogramma BioImpuls. Maar ook tussen het inmiddels afgeronde cisgenese-project DuRPh van Wageningen UR en BioImpuls (beide projecten zijn gericht op vinden van Phytophthora-resistente aardappelrassen, red.) is sprake geweest van kennisuitwisseling tussen onderzoekers. En vergeet niet dat bepaalde, diagnostische DNA-technieken zoals moleculaire merkers, ook bij klassieke veredeling te gebruiken zijn. Een kanttekening is wel dat momenteel negentig procent van alle onderzoeksmiddelen naar gangbare landbouw en productieverhogende technologie gaat. Dat moet evenredig worden.”

Is er dan geen principieel bezwaar tegen GMO?
“Nou, het Louis Bolk Instituut is er niet om anderen dingen te verbieden en dogma´s op te leggen. Wijzelf zullen niet aan GMO doen, omdat het niet past in onze visie op duurzame landbouw. Als anderen er mogelijkheden in zien, laat ze het dan aantonen – binnen de definitie van veilig, kwalitatief voedsel voor altijd. Als daar twijfels over zijn, moeten de overheid en de maatschappij bepalen of het acceptabel is of niet.”

Hoe gaat het Louis Bolk Instituut zich verder ontwikkelen?
“Ik denk dat we nog meer kunnen bijdragen aan het helpen oplossen van de grote maatschappelijke problemen via het beleid en het bedrijfsleven. Dus invloed uitoefenen op programma´s. We werken al voor overheden, lokaal en centraal, maar voor het bedrijfsleven, buiten de agrarische ondernemers en coöperaties, is het nog beperkt. Via het beleid en advies aan het bedrijfsleven kunnen innovatieve oplossingen versneld tot implementatie komen.
“De maatschappij vraagt om een ander geluid en dat merken wij steeds meer. We worden steeds vaker benaderd door ministeries en provincies: kom ons helpen, want zoals wij nu in een systeem zitten, komen we niet echt uit de problemen! Bijvoorbeeld inzake de stikstofproblematiek. Op dit moment hebben provincies honderden miljoenen euro´s gereserveerd voor (natuur)herstelmaatregelen en bedrijfsverplaatsingen. Maar dit zijn slechts tijdelijke oplossingen zolang je de stikstofbronnen niet aanpakt.
“Op Schiermonnikoog zijn we nu via ons concept biodiversiteit met zeven melkveehouders bezig om een bedrijfsmodel te vinden dat gericht is op extensiveren om zo stikstofuitstoot te verminderen. Daar komt uit dat de boeren de helft minder willen gaan melken en toch een goed inkomen hebben, indien ze meer samenwerken en of omschakelen naar biologisch, of zelf op het eiland een zuivelfabriek opzetten.”

“Dat is onze kracht: samen met de praktijk – of dat nou boeren, huisartsen, patiënten, agrofood ketenpartijen of beleidsmakers zijn – naar oplossingen zoeken die werken in de praktijk en die ook implementeren. Participatief. Zo worden oplossingen daadwerkelijk toegepast en houden ze ook stand.”

Prof. dr. ing. Jan Willem Erisman (1961) is sinds 2012 directeur-bestuurder van het Louis Bolk Instituut. Hiernaast is hij hoogleraar Integrale Stikstofstudies aan Vrije Universiteit Amsterdam. Meer lezen over biodiversiteit? Download de brochure http://www.louisbolk.org/downloads/3099.pdf.

Dit artikel is verschenen in vakblad Ekoland, nr. 10/2016

Afdrukken E-mail

We use cookies

Wij gebruiken cookies op onze web site. Sommigen zijn essentieel voor het correct functioneren van de site, terwijl anderen ons helpen om de site en gebruikerservaring te verbeteren (tracking cookies). U kan zelf kiezen of u deze cookies wil toestaan of niet. Let op dat als u onze cookies weigert mogelijk niet alle functies van de site beschikbaar zijn.